Home

De boeken:

- Van kapers tot ketters

- Kom je op mijn feestje?

- Held op zolder

- 'Aan tafel!'

- Zwijntje heeft geen zin

- Kikker en de kleuren

- Tom weet wat hij wil

- Het vuilniskonijn

- Piepende remmen en klimmende apen

- De televisie komt!

- Boekenbende

- Een geluk bij een ongeluk

- Bommen op de dierentuin

- Leeuwen op zee

- Hard bewijs!

- De toverjas

Bestellen

Over Wilma Degeling

Op bezoek

Kleurplaten

Contact

Links

 

Over Wilma Degeling

Lezen, leren en werken

Wilma Degeling is in 1957 geboren in Wateringen, een dorp in het Westland. Ze speelde wel buiten, maar zat eigenlijk liever binnen ‘met een boekje in een hoekje' zoals haar moeder zei. Dat hoekje was trouwens soms in een hele grote stoel, zo een waar je helemaal in weg kunt kruipen. Wilma las dus als kind al veel. Ze had op een dag zelfs alle boeken voor haar leeftijd in de bieb van haar dorp uit!

Wilma dacht er toen helemaal niet aan dat je schrijver kon worden. Na de middelbare school (het VWO) wilde ze heel graag een HBO-opleiding voor creatieve therapie doen, want ze vond het leuk om dingen te maken (tekenen, knutselen, handwerken) en wilde graag mensen daarmee helpen, bijvoorbeeld in een ziekenhuis.
Dikke pech voor Wilma: ze werd uitgeloot. Ze ging rechten studeren en bleef dat doen toen ze later nog een keer werd uitgeloot. Ze verhuisde naar Rotterdam en ging samenwonen met Hans. Na haar studie werd ze in 1980 advocaat: ze verdedigde verdachten in strafzaken en behandelde onder andere ook ontslagzaken, echtscheidingen en typisch Rotterdamse havenzaken. In 1992 begon ze als rechter in de rechtbank Rotterdam. Toen waren net haar twee kinderen geboren: Anton in 1990 en Eva in 1991. Ze werkte als rechter (inmiddels vice-president) tot 2004 en bleef daarna nog een paar jaren als raadsheer-plaatsvervanger (een soort rechter op afroep) actief bij de Centrale Raad van Beroep.
Tekenen, knutselen en handwerken deed ze alleen nog in haar vrije tijd. In haar eentje of met anderen tijdens cursussen of vakanties, en met Anton en Eva natuurlijk. Nu zijn zij allang het huis uit en is Wilma geen rechter meer.

En dat schrijven dan?

Daar was Wilma intussen mee begonnen.
Toen ze lange tijd ziek was, gaf ze zichzelf als troost een fijn cadeau, dat ze eigenlijk al een hele tijd wenste: een cursus kinder- en jeugdliteratuur. Ze ontdekte dat ze graag zelf verhalen schreef en ging daarom de schrijfopleiding bij Scriptplus doen (waar ze inmiddels zelf les geeft). Stiekem hoopte dat ze misschien een boek zou kunnen schrijven, waarbij ze zelf de tekeningen kon maken.
Haar eerste kinderboek kwam in 2005 uit: De toverjas. Dat boek heeft helemaal geen plaatjes! Wel een mooie omslag, die door Samantha Loman is gemaakt. Inmiddels heeft Wilma meer kinderboeken geschreven en die zijn wel geïllustreerd. Prachtige prenten zijn er gemaakt door Veronica Nahmias, Helen van Vliet, Roelof van der Schans en Ineke Goes. Niet door Wilma dus, want ze vindt nu dat ze beter is in schrijven dan in illustreren. En vooral dat anderen veel mooiere prenten maken bij haar teksten dan zij zelf zou kunnen. Door met verschillende illustratoren te werken, krijgen de boeken bovendien steeds een andere sfeer. Wilma geniet daarvan en vindt het daarom niet erg meer dat ze niet zelf haar boeken illustreert.

Wilma vindt het schrijven van boeken het leukste dat er is. Het schrijven van een verhaal is iets heel anders dan het schrijven van een uitspraak als rechter. Dan is belangrijk goed uit te zoeken wat er echt gebeurd is om vervolgens heel precies te formuleren waarom je de ene partij gelijk geeft en de andere niet. Bij een verhaal mag je lekker allerlei dingen verzinnen en zo kun je de waarheid naar je eigen hand zetten.

Dat doet Wilma voor het eerst in De toverjas. De start van het verhaal is het gevoel dat ieder nakomertje wel eens zal hebben als het meestal draait om de groten in het gezin, die nu eenmaal in de meerderheid zijn: het gevoel dat je er een beetje bijbungelt. Wilma is zo'n nakomertje en hoofdpersoon Dora is dat ook. Toch heeft Wilma in het boek Dora een heel ander leven gegeven dan zij zelf had. Zo mocht Wilma wel vaak opblijven als de groten iets gezelligs gingen doen. Soms werd zij zelfs uit bed gehaald als er bezoek kwam. Dat was leuk voor Wilma, maar zou een erg saai boek opleveren. Dora heeft het veel minder leuk dus. Daarom verdient zij een toverjas. En die heeft Wilma weer niet.

Voor sommige van de boeken die Wilma daarna schreef is er ook zo’n beginnetje in het dagelijkse leven. Zo wilde dochter Eva ooit heel graag ratjes. Zij en haar broer Anton hadden eerder knaagdieren (muizen, hamsters, degoes) gehad, dus er waren al een kooi en andere spulletjes in huis. Eva verhuisde die in het geheim van de kelder naar haar kamer en van het geld dat ze voor haar 12e verjaardag kreeg, kocht ze stiekem twee heel lieve ratjes! Dat vormde het begin voor Tom weet wat hij wil.  
Vroeger had Anton een kamer op de bovenste verdieping van ons huis. Hij was niet bang, maar stel nou dat hij dat wel was geweest? Gelukkig zat hij op judo... En zo verzon Wilma het verhaal voor het prentenboek Held op zolder.

Bij de historische boeken is het natuurlijk wel belangrijk om te onderzoeken hoe het er de tijd van het boek echt aan toeging.
Bij Bommen op de dierentuin heeft Wilma de hoofdpersoon verzonnen, maar kloppen alle gegevens over de oorlog. Haar man Hans vond het leuk om samen met Wilma onderzoek te doen naar de geschiedenis van Rotterdam, niet alleen voor dit oorlogsboek, maar ook voor het volgende boek over de haven van Rotterdam. Hij stuitte toen op een krantenbericht over twee jongens die in 1934 als verstekeling meevoeren op een schip naar Rio de Janeiro. Dat heeft Wilma verder uitgezocht en daaruit is haar boek Leeuwen op zee voortgekomen.

Het onderzoek dat nodig was voor het boek Hard bewijs! leek wel een beetje op Wilma’s werk als rechter. Want al zijn de hoofdpersonen in verzonnen, alles wat er in dit boek wordt geschreven over de politie en de strafzaak moet natuurlijk precies kloppen.